Het Sprookje van de aanhanger

Lang geleden kwam er een nieuwe aanhanger bij de Nieuwe Koninklijke Harmonie. Een ferme eenassige aanhanger met een stalen huif. Trots stond hij op zijn twee wielen. In ruststand, als zijn neuswiel goed was opgedraaid, in een evenwichtige stand en stabiel achter het voertuig van zijn baas als hij werd ingespannen. Overal reed hij naar toe en vervoerde vaak de instrumenten van de Nieuwe Koninklijke Harmonie, maar ook met andere spullen als hij achter de auto van zijn andere baas Wijnstra reed. Onze aanhanger zorgde wel dat hij opviel; fraai geletterd met een zachte achtergrondkleur trok hij veel bekijks van vriend en vijand. Poeh, dacht de aanhanger als hij andere aanhangers tegenkwam, die heeft geen mooie stalen huif, of wat saai, er valt niks aan te zien. Wat ben ik toch gelukkig, dacht onze aanhanger innig tevreden.

Zo verstreken de jaren. In weefoto-oude-aanhangerr en wind stond de aanhanger paraat. Steeds blikte hij met zijn stalen voorkomen arrogant in het verkeer. Maar weer en wind bleven wel aandringen. Och, dacht onze aanhanger, ik ben de aanhanger van staal, mij maken ze niets! Tot op een dag dat ie last kreeg van zijn huif. Het voelde niet meer lekker en er kwamen kleine bruine plekken. Heel langzaam, sluipend en tergend werden de plekjes groter en gingen zelfs bobbelen. Onze trotse aanhanger bekeek het met lede ogen. Steeds meer trok hij zich terug achter op de plaats van het Sociëteitsgebouw. In plaats van in het steeds drukker wordende verkeer monter rond te rijden schaamde hij zich. Eerst een beetje, maar naarmate de roestplekken steviger werden meer. De fraaie zachte achtergrondkleur was verworden tot een mêlee van ongezonde plekken en de letters staken zielig af.
Zijn baasjes begonnen zich ongerust te maken. Zou onze aanhanger ziek zijn? Ja, altijd maar staan wachten en rijden in kou en regen met af en toe de felle zon op zijn tere pantser. Dat zal wel eens de oorzaak kunnen zijn. Van de baasjes zei de afdeling muziek: ”Tja, dat gaat zo niet langer. We moeten onze arme aanhanger beter verzorgen.” Daar was iedereen het mee eens. De aanhanger hoorde het aan toen ze rondom hem stonden te fluisteren. Zou er een oplossing komen voor me?, dacht hij gespannen. Dat zou wel heel fijn zijn en hij dacht terug aan vroegere gelukkige jaren.
Zo ging er weer een hele tijd voorbij. Af en toe werd hij nog ingespannen en amechtig richtte onze aanhanger zich op om zijn baas gedienstig te zijn. De afdeling Muziek was ondertussen druk bezig om de aanhanger weer beter te maken. Links en rechts werd er geïnformeerd, want de aanhanger diende ook andere bazen. En ja hoor, de bazen werden het samen eens: het Sociëteitsbestuur en de firma Wijnstra vonden ook dat de aanhanger een beter lot verdiende. Iedereen wat bijbetalen en dan zou er weer een stralende aanhanger op de binnenplaats staan. Maar de tijd verstreek en onze aanhanger werd steeds zieker. Maar ja, eerst moest er een goed recept worden gevonden en dan kun je aan de slag.
Naarstig ging de afdeling Muziek op pad. Eerst iemand zien te vinden die de akelige plekken en bobbels kon behandelen en weer een nette basiskleur er op kon spuiten. Gelukkig werd de dokter gevonden en kon de aanhanger worden weggebracht. Besmuikt werd de aanhanger achter de auto gekoppeld en dacht onze aanhanger, ik hoop maar dat ze me goed en voorzichtig behandelen. Eerst moeten ze me maar goed ontroesten en ze moeten me ook voor de toekomst goed verzorgen met een goede primer hoopte de aanhanger.
Ondertussen ging de afdeling Muziek weer verder in het opknappen van onze vriend. Er kwam een prangende vraag naar voren: wat moet er op komen te staan? En niet alleen wat maar ook waar. De leden van de Muziekafdeling bogen hun hoofden over dit moeilijke probleem en het scheelde weinig of ze liepen er een forse hoofdpijn aan op. Ontwerp na ontwerp werd aandachtig bestudeerd en er werd flink vergaderd met alle partijen om het juiste ei gelegd te krijgen. Ondertussen was Claire van Nunen ook al ingeschakeld. De dochter van Geert, de altsaxofonist van het Seniorenorkest, had immers een eigen ontwerpbureau. Claire kreeg opdracht na opdracht en steeds moest Claire met engelengeduld het ontwerp weer aanpassen. Gelukkig, na veel vijven en zessen, was het ontwerp, met alle logo’s en teksten klaar. foto-nieuwe-aanhangerOnze aanhanger onderging de behandeling geduldig. De ontroesting was wel pijnlijk, er moest immers flink geschrobd worden, maar beetje bij beetje kwam onze aanhanger steeds meer tot leven. De primer verzachtte enigszins dat akelige geschrob en wat voelde het heerlijk aan toen er weer een mooie achtergrondkleur op zijn inmiddels roestvrij gemaakte stalen huid werd gespoten. Een beetje bloot voelde onze aanhanger zich wel en hij verheugde zich er al op dat er dadelijk weer teksten en logo’s aangebracht zouden worden. Ondertussen had onze aanhanger zijn vertrouwde plekje op de binnenplaats weer ingenomen. Het was al een heel ander gezicht. En dat vond aanhanger ook. Hij was blij dat de zon af en toe op zijn gespoten huis scheen om alvast goed te laten zien dat hij al heel wat was opgeknapt.
Nog een keer moest de aanhanger op pad voor de belettering. Och, dat stelde gelukkig niet veel voor. Het werd er liefdevol opgeplakt en zachtjes nagewreven. Als een weldaad voelde dat aan voor onze aanhanger. En ja hoor, eindelijk was het klaar. Parmantig werd de aanhanger weer de binnenplaats opgereden en daar stond hij dan: helemaal opgeknapt, een lust voor het oog. Eindelijk zag onze aanhanger zijn diensten weer met vol vertrouwen tegemoet. En nu hoop ik, dacht onze aanhanger, dat ik nog lang en gelukkig mooi mag blijven. Dankbaar dacht hij terug aan alle mensen die meegewerkt hebben op een of andere manier om me weer prima te laten voelen.

Henk Couwenberg