De Klarinet

De klarinet is een blaasinstrument dat behoort tot de enkelrietinstrumenten. In het harmonieorkest en het symfonieorkest wordt de klarinet gerekend tot de houtblazers. De naam komt van clarinetto, een verkleinwoord van het Italiaanse clarino, een soort trompet.
De klarinettenfamilie bestaat uit:

– Es klarinet
– Bes klarinet
– A klarinet
– Altklarinet
– Basklarinet

 

Prototype Klarinet                                    Bes klarinet (Böhm-systeem)

 

 

 

 

 

 

Bereik

De klarinet bestaat uit een min of meer cilindrische holle pijp met gaten, waarvan sommige
met de vingers worden afgedekt, en andere met een klep. De gaten die met de vingers worden afgedekt, hebben vaak een ring (bril), waarmee kleppen worden bediend die gaten afdekken die buiten het bereik van de vingers liggen. Daarnaast bezit de klarinet nog aparte kleppen, die onder andere met de pink bediend worden, en waarmee gaten worden geopend of gesloten. De duim van de rechterhand bedient het duimgat, dat aan de achterzijde zit, maar ook een aparte klep, de duodecimo klep, die gebruikt wordt voor de hogere tonen. Het uiteinde van de klarinet loopt uit in een trechter die klankbeker wordt genoemd. Hiermee wordt bereikt dat de klarinet meer geluid produceert, vooral bij de lage tonen. Klarinetten worden meestal gemaakt van hout (vooral grenadillehout), maar ook andere materialen als metaal en tegenwoordig kunststof worden wel gebruikt.
De eigenlijke geluidsproductie vindt plaats in het mondstuk. De klarinettist zet de boventanden op het mondstuk en de onderlip, die over de ondertanden naar binnen wordt gehouden, tegen het riet dat tegen het mondstuk aan gebonden of geklemd is met een rietbinder. Door lucht tussen het mondstuk en het riet door te blazen gaat het riet trillen. De lipspanning (embouchure) bepaalt hoeveel vrijheid het riet krijgt om te trillen. Dit heeft invloed op de toonhoogte en de klankkleur. De trilling van het riet zet de lucht in de klarinet in beweging, waardoor er geluid gemaakt wordt.

 

 

 

 

 

Mondstuk met het lichtgekleurde riet en de metalen rietbinder. Links in beeld is de afdichting van kurk zichtbaar.

De hardheid van het riet is ook belangrijk voor de klank van de klarinet. Een grotere hardheid van het riet resulteert in een warmere klank, maar een harder riet is voor beginnelingen moeilijker te bespelen. De rieten gaan slechts een beperkte tijd mee en moeten regelmatig vervangen worden. De hardheid van een riet wordt aangegeven met een getal, en varieert tussen 1 (zachtste) en 5 (hardste). De middelste maat, 2,5 wordt vaak gebruikt door starters.
Een moderne klarinet bestaat uit vijf losse onderdelen. Naast het mondstuk bovenaan en de klankbeker onderaan bevindt zich direct onder het mondstuk het zogenaamde tonnetje, waarvan de binnendiameter verloopt van klein naar groot. Het middelste deel met alle kleppen en gaten is ook splitsbaar in twee delen, zodat de klarinet makkelijk uit elkaar te halen is en mee te nemen. De onderdelen passen luchtdicht in elkaar door middel van een afdichting van kurk.
De middeleeuwse voorloper van de klarinet, als enkelrietinstrument, is de chalumeau. De uitvinder van de klarinet is waarschijnlijk Johann Christoph Denner rond 1690 geweest. De meest gangbare klarinet is de B♭-klarinet, deze is ongeveer 66 cm lang. Vroeger werd voor iedere toonsoort een andere klarinet gebruikt (de klarinettist speelt feitelijk een greepschrift).
Door de eeuwen heen is de klarinet steeds verder ontwikkeld. In het grootste deel van de wereld wordt doorgaans het Böhm-systeem van kleppen/brillen gebruikt.

Filmpjes: De klarinettist Julian Bliss als vijfjarig jongetje en als volwassen man.

https://www.youtube.com/watch?v=vY57deAbYsE  (Gershwin – Summertime)

https://www.youtube.com/watch?v=rd7-ZvMx1fE    (Mozart – Klarinetconcert)

Hélène en Els