De Trombone

De trombone ook wel schuiftrompet genoemd, is een koperinstrument. Hij wordt ook wel de viool onder de blaasinstrumenten genoemd. Door het uitschuiven wordt de toon lager. Hij kent zeven posities. Het instrument geeft ook de natuurlijke tonen weer. De trombonisten spelen in de F sleutel. Geheel gesloten, dit heet de eerste positie, kunnen we de volgende noten spelen door de lippen steeds verder te sluiten: Bes – F – Bes – D – F. Hierdoor heeft de trombone een bereik van 2,5 octaaf. Er zijn ook schuiftrombones met een kwart ventiel. Deze hebben een nog iets lager bereik en men hoeft (na veel oefenen) niet zo ver meer te schuiven. Dan is er nog een trombone met twee kwartventielen, dit is de bastrombone, en er is ook nog een contrabas trombone (deze heb ik nog nooit gezien alleen op plaatjes). Tot slot is er ook nog een ventieltrombone die het meest doet denken aan een verlengde trompet. Hierop kan je ook spelen in de G-sleutel.

 

Met een trombone kan je een glissando maken. Dan speel jevan bijvoorbeeld de lage C (geheel uitgeschoven positie 6) naar de hoge Bes (geheel ingeschoven) in één beweging. Dit kan met geen enkel ander blaasinstrument. Dit kan ook van hoog naar laag. De trombone heeft zijn grote bekendheid gekregen door de Jazz, door zijn natuurlijke tonen en een warm geluid. De totale lengte van de buis is 2,7 meter.

Martin Rombouts