Mijn mooiste muziekervaring

Het was in het najaar van 1993. Ik zong in een klein koor in mijn woonplaats Knegsel, voordat ik naar Tilburg kwam. De dirigente, Florence, speelde viool in de Philips Orkest Vereniging (POV) onder leiding van Jules van Hessen. Het POV is een amateurorkest met uitsluitend op conservatoriumniveau spelende leden. De dirigent, Jules van Hessen, was een begeesterde dirigent. Nog afgelopen jaar heb ik hem meermalen op tv gezien om een muziekstuk uit te leggen. Dat kan hij als geen ander.
Florence maakte in het koor bekend dat het POV de Tweede Symfonie van Gustav Mahler, Auferstehung (Wederopstanding) op het programma had. Het meewerkende koor was de Eindhovense Oratorium Vereniging en het koor zocht versterking om de Tweede van Mahler op te kunnen voeren. Zodoende kwam ik in contact met Mahler, want ik had me opgegeven om mee te zingen. Na een geslaagde auditie werd ik voor het project aangenomen. Ik kwam van een klein koor van nog geen twintig zangers in een groot koor van zeker honderd deelnemers. Dat was op zich al een indrukwekkende ervaring.

 

 

 

 

 

 

 

Gustav Mahler

 

De Tweede Symfonie van Mahler is een prachtige symfonie. Mahler pakt uitgebreid uit. Een groot orkest is hierbij nodig en ookeen groot koor. Gustav Mahler leefde van 1860 tot 1911, in de periode eind negentiende eeuw, waarin op kunstgebied van alles aan de hand was. Nieuwe wegen op allerlei gebied van de kunst werden ingeslagen. Tijdgenoten van Mahler zijn o.a. de beroemde schilders Van Gogh, Cézanne, Gauguin met nieuwe kunststromingen vanuit het realisme doorontwikkelend naar impressionisme en expressionisme. Gebaande paden werden verlaten, nieuwe ontdekt. Nietsche en Freud inspireerden Mahler.

 

 

 

 

Geboortehuis Gustav Mahler

 

Ook in de muziek kwamen nieuwe elementen naar voren en premières werden door het publiek aanvankelijk uitgefloten en (nog) niet begrepen. Zo heeft Mahler ook moeten knokken voor erkenning. Mahler was een Bohemer (geboren in het Boheemse Kaliste) en hij onderscheidde zich van de westerse muziek door een continue wisseling van majeur naar mineur, van ontspanning naar spanning. Mahler was een leerling van Bruckner en van hem leerde hij de enorme kracht van de koperklanken binnen het symfonieorkest (dat spreekt mij natuurlijk wel aan als trombonist!).

De Tweede Symfonie bestaat uit vijf delen. Tijdens het werken aan zijn eerste symfonie was Mahler ook bezig met het werk Totenfeier (bij ons Allerzielen). Dat heeft Mahler in zijn eerste deel gebruikt. Het behandelt de gevoelens van een mens die worstelt met het leven en het lot, dat ons allen beschoren is, de Dood. Vandaar ook dat een van de pregnantste thema’s is het Dies Irae, de Dag des Oordeels. Mahler zegt hierover: ”Het eerste deel gaat over het Titanengevecht van de mens met het lot dat hem steeds doet verliezen, de Dood.” Mahler stelt met dit stuk levensvragen: “Waarom heb je geleefd? Waarom heb je geleden? Is het niet allemaal één verschrikkelijke grap?” In het laatste deel volgt het antwoord. Tussen het eerste en het tweede deel schrijft Mahler een pauze van minimaal vijf minuten voor, om de overgang niet al te zwaar te laten vallen (dit heb ik overigens geen enkele keer meegemaakt).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Alma en Gustav Mahler

 

Het tweede deel Andante en het derde deel Scherzo gaan over episoden van de gevallen held. Het Andante bevat de Liefde. Mahler wil het geluksmoment schetsen dat je beleeft wanneer je aan een dierbare overledene terugdenkt. Het is een menuet. In het derde deel, Scherzo, heeft Mahler met een soort grimmige humor het lied ‘Des Antonius von Padua Fischpredigt’ verwerkt uit zijn liederen Des Knaben Wunderhorn. Antonius vindt de kerk leeg en besluit daarom tegen de vissen te prediken. De preek bevalt de dieren goed maar het helpt niet: de dieven blijven dieven, de vraatzuchtigen blijven vraatzuchtig. Het Scherzo eindigt met een vreselijke schreeuw van de zo gekwelde ziel. Deel vier, Urlicht, bevat het vragen en worstelen van de ziel om God en haar eeuwige existentie. Nadat de alt de Rode Roos, in de middeleeuwen als symbool voor Maria en haar voorspraak, heeft aangeroepen, klinkt een buitengewoon plechtig koraal van het koper. De gekwetste ziel verlangt naar het geluk in het hiernamaals. Later brengen de houtblazers meer beweging, als de tekst spreekt van de gang naar de hemel.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Manuscript van de tweede symfonie: Slot

 

 

Na dit vredige einde breekt onmiddellijk de hel los in het vijfde deel. Met veel geweld wordt het einde der tijden geschilderd, tot in de verte klinkt de bazuin van het laatste oordeel. Dit wordt in de muziek gesymboliseerd door het gebruikmaken van het Fernorchester. Bij de uitvoering die ik mocht meemaken in de Grote Kerk te Breda werd in een aparte ruimte het Fernorchester opgesteld. Via een tv verbinding konden zij de dirigent volgen. Het grote orkest zwijgt en in de verte klinkt heel schril het geblaas van vier hoorns. Dat is een heel mooie ervaring, die spanning die steeds verder wordt opgevoerd. Mahler noemt dit het Grosse Appell en zegt hierover:
“De graven springen open en alle schepselen worstelen zich krijsend en tandenklapperend los uit de aarde. Ze komen aangemarcheerd in een geweldige stoet: bedelaars en rijken, volk en koningen, de ecclesia militans, de pausen. Bij allen dezelfde angst, want voor God is niemand rechtvaardig. Tenslotte klinkt de langgerekte stem van de vogel des doods (de fluit en de piccolo) uit het laatste graf, die eindelijk ook sterft.” En dan kwam mijn moment, na het lange wachten. Mysterieus zet het koor a capella het ’Auferstehen’ in. De mens zelf kan door zijn liefde de onsterflijkheid bereiken. De symfonie eindigt in een stralende overwinning op de dood, met als hoogtepunt het ‘Sterben wird ich um zu leben’. Mahler trekt hier alle registers open, het koper dat eerst Fernorchester was speelt nu mee in de zaal en hij voegt op het laatst een orgel toe aan het orkest.

Dit koorstuk zal ik nooit meer vergeten. Het was overweldigend, zingen uit volle borst met groot orkest en een machtig koor van meer dan honderd zangers. Vanuit het pianissimo naar het volle crescendo; wat een ervaring. Als bas moest ik zo lage tonen zingen dat ik die uit het diepst van mijn longen moest halen. Jules van Hessen, de dirigent, was ook een fenomeen om mee te zingen. Alleen al de precisie waarmee wij tegelijkertijd moesten opstaan was een onderdeel van het zingen. Wel tig keer hebben we dat geoefend. Sindsdien kijk ik altijd naar de discipline van een groep, of het nu een koor of een orkest is. Met dat gelijktijdig opstaan straal je als koor meteen iets uit: ambitie, samenhorigheid.
We zouden twee keer de symfonie uitvoeren. De eerste keer in Breda, de tweede keer in de Doelen in Rotterdam. Helaas overleed mijn moeder (misschien wel symbolisch toen) tussen de twee opvoeringen door zodat ik in Rotterdam niet heb kunnen zingen. En juist van die opvoering is een cd opname gemaakt.

Mahler heeft, zoals je wel zult begrijpen, op mij een onuitwisbare indruk achtergelaten. Nog vorig jaar, tijdens de herdenking in Margraten, werd door de Philharmonie Zuidnederland de Auferstehung opgevoerd in de open lucht. De Philharmonie speelt elk jaar daar de herdenking en gelukkig was ik daar ook bij. Wederom een prachtige sensatie. Soms meen ik de muziek van Mahler te herkennen: de grote intervallen van kwarten en kwinten, de afwisseling van majeur en mineur, het geweld van het koper: wat is Mahler een genie. Op 18 mei 1911 kort na 11 uur ’s avonds sterft Gustav Mahler. Zijn hart had het begeven. In de stromende regen wordt hij de volgende dag in zijn geliefde aarde, in Grinzing, begraven, naast zijn dochtertje dat de naam van zijn moeder droeg, Maria (zijn vrouw heette Alma, Maria). Toen het graf werd gesloten weken de wolken en verscheen stralend de zon als een belofte voor een nieuwe toekomst, een nieuw leven.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dodenmasker Gustav Mahler

 

Henk Couwenberg